Vluchteling Zahid Ghaida: “Toen Vlaams Belang goed scoorde dacht ik: waar gaat het met België naartoe?”

Zahid GaidaAls opdracht voor het vak “journalistiek en mediatraining” nam ik een interview af met Zahid Ghaida. Ik deel het graag.

Zahid Ghaida is 30 en vluchtte 5 jaar geleden van Syrië naar België. De weg die hij en zovele anderen met hem aflegden is indrukwekkend. Zowel de twee weken durende tocht naar hier als de zoektocht in onze samenleving. Zahid beheerst het Nederlands goed, studeerde in België en werkt en woont nu in Antwerpen met zijn vrouw en dochtertje. De verplichte (en tegenwoordig betalende) inburgeringscurus vindt hij echter niet goed. Er zijn gelukkig ook andere initiatieven, maar die bereiken niet iedereen. “Sommigen vluchtelingen gaan niet naar activiteiten om zich in te burgeren en de taal te leren, ze zien er het nut niet van in.”

Van Syrië naar België, hoe is die tocht verlopen?

Ik ging eerst naar Irak, dat was in Februari 2015, daar verbleef ik enkele maanden. Nadien ben ik verder naar Turkije getrokken en van daaruit met een boot naar Griekenland. Ik belandde samen met andere vluchtelingen uiteindelijk op het Griekse eiland Chios. We moesten daar twee dagen wachten op een papier met toestemming om met een grote boot naar Athene te varen. Toen we in Athene aankwamen moesten we nog uitzoeken hoe we naar Macedonië zouden geraken. Gelukkig zijn er veel Facebookgroepen waar informatie en ervaringen in staan van andere vluchtelingen.

Aan de grens van Macedonië hield het leger ons tegen, we konden via de bossen dan toch de grens oversteken en zijn nadien op de trein gestapt. We stapten weer af in het laatste station, daar was het Rode Kruis aanwezig. Ze gaven ons een flesje water en wezen ons de weg naar Servië. Ook daar wachtte het leger ons op aan de grens. We wilden opnieuw langs de bossen proberen de grens over te geraken, maar het leger hield ons tegen. Ze wilden ons niet binnenlaten omdat de kampen vol waren, we moesten aan de grens wachten. Het was een moeilijk moment, het was koud, we sliepen niet. Er waren vrouwen en kinderen bij. De volgende dag begonnen we al om vier uur ’s morgens te wandelen, het werd een lange tocht. Uiteindelijk kwamen we aan in het kamp vanwaar we mochten doorreizen met de bus naar Belgrado (hoofdstad Servië, red.). We zochten daar verder onze weg met de hulp van de Facebookgroepen. We waren op weg naar het moeilijkste punt: Hongarije. Iedereen is er bang van, als je gepakt wordt door de politie moet je meteen naar de gevangenis. Dat hoorden we van vrienden. We wandelden heel de avond en nacht om in Hongarije te geraken. Om 9u ’s morgens kwamen we aan, we hadden geen water meer, geen eten. We hadden niet geslapen, we waren zo moe dat het ons niet meer uitmaakte wie ons zou vinden. Zelfs al was het politie. Dat gebeurde, de politie vond ons, we moesten terug naar Servië. Ik wilde deze tocht niet meer alleen proberen en ging met een smokkelaar werken. Met de vrachtwagen ging ik naar Boedapest en dan opnieuw met de vrachtwagen verder door naar Oostenrijk en Duitsland. In Duitsland werden we opgepakt door de politie, we moesten de trein nemen naar een kamp. Dat wilde ik niet. Ik stapte de trein op en stapte het eerste station weer af in Düsseldorf, daar woonde een broer van me. Mijn andere broer is me daar dan komen halen met de trein. (woonde al in België, red.)

Het was echt verschrikkelijk. We zaten met 35 op een bootje waar maximum 20 mensen op mogen.

 Dat is een hele reis, je werkte met mensensmokkelaars?

Ja, in Turkije zijn er veel smokkelaars, ze zeggen dat er daar tussen de 7000 en 9000 zijn. We hadden daar twee keuzes, naar Griekenland met de boot of langs Bulgarije. Ik koos de weg via Griekenland omdat dit goedkoper was, zo’n 2000 euro. Anders moesten we bijna 9000 euro betalen. De smokkelaars zijn nooit eerlijk. Ze zeggen dat we niet veel moeten wandelen en dat ze chauffeurs hebben, maar we moesten uren wandelen. We zouden maar een klein uur op de boot moeten, maar na vier uur zagen we het eiland niet meer waar we naartoe moesten. Het was verschrikkelijk, we zaten met 35 op een bootje waar normaal maximum 20 mensen in mogen. De politie vond ons op zee en redde ons, gelukkig was het de Griekse politie. Als het de Turkse was moesten we terug naar Turkije en misschien zelfs naar de gevangenis.

Nadien werkte je nogmaals met een smokkelaar?

Ja, om vanuit Servië door Hongarije te geraken. Ik had geen geld meer, mijn broer heeft me 2000 euro gestuurd om de smokkelaar te betalen. Die regelde dat we met een vrachtwagen naar Boedapest konden en dan verder naar Duitsland.

Ik had geen verblijfsvergunning, geen inkomen. Ik had voortdurend stress.

Eenmaal in Brussel aangekomen, wat deed je toen?

Ik ben meteen asiel gaan aanvragen. Het was er echter heel druk (2015 tijdens asielcrisis, red.) waardoor ik de volgende dag moest terugkomen, ik had dan wel een afspraak. Ik werd ondervraagd, een soort interview en moest mijn vingerafdruk geven. De hele procedure zou zo’n jaar duren waarin ik twee interviews moest doen. Na twee maanden kreeg ik al wel een kaart waarmee ik naar school kon en een cursus Nederlands kon volgen. Die cursus was zoals volwassenenonderwijs, maar dan speciaal voor vluchtelingen.

Ik ben één jaar in Brussel gebleven, ik had geen verblijfsvergunning en dus ook geen inkomen. Dat was echt heel moeilijk, je hebt voortdurend stress. Je wacht op de interviews die je moet doen, je papieren, je weet niet hoe lang je kan blijven of nog moet wachten. Het is niet gemakkelijk om in die situatie dan ook nog de taal te leren, maar in mijn geval ging dat nog. Ik was student toen ik vertrok uit Syrië en toen ik hier aankwam. Maar er zijn andere vluchtelingen met een vrouw en kinderen nog in Syrië die veel aan hun hoofd hebben, nog moesten werken (in het zwart). Dan ook nog de taal leren is dan echt moeilijk.

In Brussel, Merchtem, ben ik zelf bij veel buren op bezoek geweest om met hen te praten en de taal te leren. Ik ging van huis tot huis om met hen te praten, het was erg leuk. Ik deed het graag. Ook de mensen waar ik op bezoek ging waren erg blij dat ik met ze kwam praten.

 Je volgde een taalcursus, was dat verplicht?

Nee, ik had geen verblijfsvergunning. Zolang je niet zo’n verblijfspapier hebt ben je niets verplicht. Maar als je de Belgische nationaliteit wil krijgen moet je van Vlaanderen wel de eerste twee taalniveaus Nederlands halen. Dat was een reden om die cursus te volgen, maar het is ook belangrijk als je een opleiding wil volgen. Als je naar de VDAB gaat om een opleiding te volgen voor bijvoorbeeld loodgieter dan moet je ook genoeg taalniveau hebben om te mogen starten.

Moest je die taalcursus zelf betalen?

In Antwerpen moest je dat zelf betalen, je kreeg wel een tegemoetkoming voor een deel, het was dan in totaal nog 120 euro. In Brussel krijg je dat terug van het OCMW, in Antwerpen niet.

In het Vlaams regeerakkoord staat dat de verplichte inburgeringscursus betalend wordt, verhoogt dat de drempel om te integreren?

De taalcursus was niet duur voor mij, dat was geen probleem. Maar dat is nog iets anders dan de inburgeringscursus. Die was voor mij nog gratis, dat zal dus niet meer zo zijn. Dat verhoogt zeker en vast de drempel. Als alleenstaande man of vrouw krijg je 930 euro als je hier aankomt, je moet er je huur en facturen van betalen. Dan hou je niet veel geld over voor een inburgeringscursus.

Is onze overheid goed bezig op vlak van integratie?

Het integratiebeleid is vooral Vlaanderen, zij organiseren bijvoorbeeld de inburgeringscursus. Die was niet goed. Ik dacht dat ik veel ging leren, over rechten en plichten in dit land bijvoorbeeld. Er zou meer praktijk in moeten. We leerden iets over sociale zekerheid, maar we zouden echt naar een instantie moeten gaan en wat oefenen over hoe zo’n zaken in hun werk gaan.

In Antwerpen zijn er wel veel initiatieven, zoals Samenlevingsopbouw (organisatie waar Zahid voor werkt, red.), die goed zijn. We organiseren projecten zoals “samen tuinen” of “Taal*oor” om de taal te leren.  Het probleem is wel dat die initiatieven enkel mensen trekken die zelf het initiatief nemen. Maar er zijn natuurlijk ook mensen die geen initiatief nemen. Mijn persoonlijk idee is dat die mensen eigenlijk verplicht moeten worden om naar activiteiten te gaan of aan projecten mee te doen. Sommigen zien er het belang niet van om deel te nemen aan zo’n activiteiten. Verplichten is niet ideaal, maar soms moet het.

Hoe kijk je terug op je eigen integratie?

Eén van de moeilijkste dingen als je hier aankomt is natuurlijk de taal die je moet leren. Maar ook het cultuurverschil is moeilijk. In Syrië mogen vele mannen geen hand geven aan een vrouw en omgekeerd. Alleen mannen gaan werken, ze willen niet dat hun vrouw gaat werken. Hier zijn vrouwen soms wel verplicht van het OCMW om naar een taalcursus te gaan. Mijn vrouw heeft bijvoorbeeld het hoogste niveau Nederlands.

Willen mensen die gevlucht zijn en van een andere cultuur komen zich wel aanpassen?

Mijn persoonlijke mening is dat ze zich niet volledig moeten aanpassen. We moeten een balans vinden tussen de cultuur van de immigranten en de autochtonen. Een evenwicht zoeken zeg ik altijd, dat is echt belangrijk.

Hier mag je homo zijn, twee mannen mogen samenwonen, in onze cultuur bestaat dat niet. Nu ik hier ben was mijn idee “oké, ik ga dat accepteren”. Ik heb er alle respect voor. Wij (Moslims, red.) moeten respect hebben voor de tradities en gewoonten hier. Maar er moet ook respect zijn voor de cultuur van de Moslims.

Mijn geloof is de Islam, maar ik heb hier ook collega’s die niet geloven en daar heb ik alle respect voor. Maar zij moeten ook respect hebben dat ik wel geloof, dat hebben ze gelukkig.

 Mannen en vrouwen die geen handen mogen geven, dat ligt hier moeilijk, niet?

Mijn geloof zegt dat het niet mag, maar ik gaf in Syrië vrouwen al een hand. Dat is dus geen probleem voor mij.

Maar dat is misschien niet voor iedereen zo, moet iemand die hier komt zich niet aanpassen en gewoon handen geven?

Persoonlijk vind ik dat ze gewoon handen moeten geven, dat is hier nu eenmaal de cultuur. Dat heeft niks met religie te maken. Als een persoon mij geen hand wil geven, dan ga ik dat wel aanvaarden.

Je zou kunnen zeggen dat je een voorbeeld bent van goede integratie. Maar niet iedereen is zoals jou, hoe kunnen we dat aanpakken?

Ik vind dat we iedereen moeten accepteren zoals ze zijn, buiten radicalen en Salafisten. Sommige mensen lukken er niet in de taal hier de beheersen, niet omdat ze de taal niet willen leren, maar omdat ze het niet kunnen. Het zijn vaak al oudere mensen die gevlucht zijn en dus al lang in hun land waren. Maar ze hebben wel andere capaciteiten, ze kunnen hier echt wel iets doen ook als ze de taal niet beheersen. We zijn in een land met veel diversiteit, zeker hier in Antwerpen. Er zijn hier erg veel nationaliteiten. Dat is soms moeilijk, zoals ik al zei, we moeten een balans vinden. We moeten soms religie ook een beetje aan de kant zetten.

In een opiniestuk op VRTNWS.be naar aanleiding van de brandstichting in een asielcentrum in Bilzen zei je dat je met de “vluchtelingenhaters” in debat wilde gaan, heb je dat kunnen doen?

Dat was en is zeker nog altijd het plan. Ik ben in scholen en op Universiteit Antwerpen gaan praten en in discussie gegaan. Ik ben ook naar de burgemeester in Bilzen (toen Johan Sauwens, CD&V, red.) geweest om te laten weten dat ik bereid ben om met zo’n mensen te praten. Ik ben zelfs naar Bart Somers geweest om te zeggen dat ik wilde praten

Maar met “vluchtelingenhaters” zelf praten is nog niet gelukt. Ik wil het nog altijd, ik wil van ze horen waarom ze zo denken. Ik verheugde me erop om met ze te praten, ik was optimistisch. Misschien hebben ze wel gelijk dat ze vluchtelingen haten? Ik wil hun kant van het verhaal horen en een oplossing zoeken.

Maar ze hebben vooroordelen: “ze (de vluchtelingen, red.) komen naar hier om van de sociale zekerheid te profiteren.” Waar zitten ze, de vluchtelingen die profiteren? Het zijn er misschien 200 of 300 van de 50.000!

Toen Vlaams Belang goed scoorde dacht ik: “Waar gaat het met België naartoe?”

Er wordt gezegd dat de brand in Bilzen een daad van racisme was. Heb je de afgelopen jaren in je persoonlijk leven racisme ervaren?

Ik ben nu bijna 3 jaar in Antwerpen en heb nog geen racisme ervaren. Ik volg de politiek wel en toen met de federale verkiezingen Vlaams Belang echt goed scoorde en groot werd schoot ik wel wat in paniek. Ik dacht echt “waar gaat het met België naartoe?”

Je hebt nu een verblijfsverguning voor vijf jaar, die loopt in augustus 2021 af. Wat na augustus 2021?

Er wordt dan beslist of ik de Belgische nationaliteit kan krijgen en hier dus de rest van mijn leven mag blijven. Als je de nationaliteit wil krijgen moet je minstens twee jaar gewerkt hebben, de inburgeringscursus gevolgd hebben en taalniveau twee hebben. Dat heb ik dan allemaal. Maar ze gaan bijvoorbeeld ook kijken of het nog onveilig is in het land waar je vandaan komt. Ik wil hier echt blijven wonen, ik heb hier mijn diploma gehaald en heb werk, een vrouw, een dochter. Ik ben hier graag en heb mijn leven hier opgebouwd. Ik wil niet terug naar Syrië, enkel als bezoeker om mijn familie te zien. Als ik nu terug naar Syrië zou moeten moet ik mijn leven terug van nul opbouwen, zoals ik hier vijf jaar geleden begonnen ben.

Ik ben echt heel onzeker over wat de uitspraak dan gaat zijn, ik weet het echt niet. Ik ben er echt wel bang voor.

Deel gerust.

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *